Spring naar inhoud

Toegankelijkheidsopties:

Resultaten

Resultaten (titel verborgen)

3.1 Hulpinstanties

Wanneer inwoners te maken krijgen met huiselijk geweld of kindermishandeling, is het belangrijk dat ze weten waar ze terecht kunnen voor hulp of advies. Dit geldt niet alleen voor slachtoffers, maar ook voor inwoners die een vermoeden hebben dat iemand anders hiermee te maken heeft. Om inzicht te krijgen in deze bekendheid, is de volgende stelling aan de respondenten voorgelegd: ‘Als ik een vermoeden heb van huiselijk geweld en/of kindermishandeling in mijn omgeving, of hier zelf mee te maken krijg, dan weet ik welke professionele hulpinstanties ik kan benaderen voor hulp.’

Figuur 3 toont de resultaten van deze stelling voor 2023 en 2025. Het overgrote deel van de respondenten weet bij welke professionele hulpinstanties ze terecht kunnen bij vermoeden van huiselijk geweld of kindermishandeling. In 2025 geeft 73% van de respondenten aan het (helemaal) eens te zijn met de stelling. In 2023 lag dit aandeel iets lager: toen gaf 67% aan het (helemaal) eens te zijn.

Figuur 3: ‘Als ik een vermoeden heb van huiselijk geweld en/of kindermishandeling in mijn omgeving, of hier zelf mee te maken krijg, dan weet ik welke professionele hulpinstanties ik kan benaderen voor hulp.

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Figuur: Helemaal mee oneens Mee oneens Mee eens Helemaal mee eens
2025 (n=3.786) 3% 24% 59% 14%
2023 (n=4.300) 4% 29% 50% 17%

De resultaten op deze stelling zijn uitgesplitst naar geslacht (figuur 4). Inwoners die zich identificeren als vrouw geven vaker aan te weten welke professionele hulpinstanties zij kunnen benaderen: 78% is het (helemaal) eens met de stelling. Bij inwoners die zich identificeren als man ligt dit aandeel iets lager: 68% is het (helemaal) eens.

Figuur 4: ‘Als ik een vermoeden heb van huiselijk geweld en/of kindermishandeling in mijn omgeving, of hier zelf mee te maken krijg, dan weet ik welke professionele hulpinstanties ik kan benaderen voor hulp.’ Naar geslacht, 2025

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

geslacht Helemaal mee oneens Mee oneens Mee eens Helemaal mee eens
vrouw (n=1.691) 2% 21% 62% 16%
man (n=1.687) 4% 28% 56% 12%

Figuur 5 laat de resultaten voor dezelfde stelling zien voor 2025, uitgesplitst naar leeftijd. Jongere inwoners geven in iets mindere mate aan te weten welke hulpinstanties ze kunnen benaderen bij vermoedens van huiselijk geweld of kindermishandeling. In de groep 18-29 jaar is 64% het (helemaal) eens met de stelling. De leeftijdscategorie 65-74 jaar is het beste op de hoogte: van hen is 77% het (helemaal) eens met de stelling.

Figuur 5: ‘Als ik een vermoeden heb van huiselijk geweld en/of kindermishandeling in mijn omgeving, of hier zelf mee te maken krijg, dan weet ik welke professionele hulpinstanties ik kan benaderen voor hulp.’ Naar leeftijd, 2025

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

leeftijdsgroep Helemaal mee oneens Mee oneens Mee eens Helemaal mee eens
18-29 jaar (n = 353) 3% 33% 48% 16%
30-39 jaar (n=347) 3% 28% 55% 14%
40-54 jaar (n=737) 3% 23% 59% 15%
55-64 jaar (n=693) 3% 24% 57% 16%
65-74 jaar (n=889) 3% 20% 63% 14%
75 jaar of ouder (n=398) 4% 25% 62% 9%

3.2 Organisaties

Vervolgens legden we de respondenten vijf organisaties voor die zich bezighouden met de hulpverlening rondom geweld. Ten opzichte van 2023 is hier één organisatie aan toegevoegd, namelijk Filomena Groningen.

Figuur 6 laat de resultaten zien voor 2023 en 2025. Filomena Groningen is nog nauwelijks bekend onder de panelleden: in 2025 geeft 88% van de respondenten aan deze organisatie niet te kennen. Slechts 3% weet wat de organisatie kan doen voor iemand die te maken krijgt met geweld. WIJ Groningen is het meest bekend. In 2025 geeft 42% aan deze organisatie te kennen en te weten wat zij kan doen. Dit is iets hoger dan in 2023 (38%). Ook Veilig Thuis Groningen is iets beter bekend dan in 2023: 32% weet wat deze organisatie kan doen, tegenover 27% in 2023.

De Vrouwenopvang is redelijk bekend: 30% weet wat deze organisatie kan doen, iets meer dan in 2023 (27%). Het Centrum Seksueel Geweld is een stuk minder bekend: in 2025 weet 14% wat deze organisatie kan doen, tegenover 12% in 2023.

Figuur 6: ‘In hoeverre ben je bekend met de volgende organisaties die zich bezighouden met hulpverlening rondom geweld?’ (n 2023=4.232, n 2025 = 4.032)

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

label Ik ken deze organisatie niet Ik heb weleens van deze organisatie gehoord Ik ken deze organisatie en weet wat deze kan doen voor iemand die te maken krijgt met geweld
Filomena Groningen 2025 88% 9% 3%
" " 2023      
WIJ Groningen 2025 14% 44% 42%
" " 2023 17% 45% 38%
Veilig Thuis Groningen 2025 22% 46% 32%
" " 2023 31% 42% 27%
Vrouwenopvang 2025 20% 50% 30%
" " 2023 23% 50% 27%
Centrum Seksueel Geweld 2025 46% 40% 14%
" " 2023 52% 36% 12%

Hieronder bespreken we per organisatie in hoeverre de organisatie bekend zijn naar geslacht, gebiedsdeel en leeftijd. Omdat de respons van gebiedsdeel Ten Boer relatief laag is (n=90), moeten deze resultaten met enige voorzichtigheid geïnterpreteerd worden. Het is namelijk mogelijk dat juist respondenten met veel of weinig voorkennis hebben deelgenomen of weinig kennis over het herkennen van huiselijk geweld of bepaalde organisaties, kunnen de resultaten een bepaalde kant op worden getrokken.

Veilig Thuis Groningen

Een derde van de respondenten weet wat Veilig Thuis Groningen is en wat zij kan doen voor iemand die te maken krijgt met geweld. Als we de bekendheid van Veilig Thuis Groningen uitsplitsen naar geslacht, valt op dat vrouwen vaker aangeven deze organisatie te kennen en te weten wat zij kan doen: 42% van de vrouwen geeft dit aan, tegenover 23% van de mannen.

Wanneer de resultaten worden uitgesplitst naar gebiedsdeel, valt op dat de respondenten in Ten Boer het minst bekend zijn met Veilig Thuis. Hiervan weet namelijk 22% wat Veilig Thuis is en wat deze organisatie kan doen voor iemand die te maken krijgt met geweld. Het gaat hier echter om relatief weinig respondenten (n=90), wat de resultaten kan vertekenen. Hierna volgen de gebiedsdelen West (27%) en Haren (29%); het hoogste aandeel bekendheid met Veilig Thuis zien we in Oude Wijken en Zuid (beide 33%).

Figuur 7 laat de resultaten voor de bekendheid van Veilig Thuis zien naar leeftijd. Inwoners van 75 jaar of ouder kennen Veilig Thuis Groningen het minst goed. Van hen weet 19% wat de organisatie kan doen. De leeftijdsgroep 30-39 is relatief het beste bekend met Veilig Thuis Groningen (39%). Bij de andere leeftijdsgroepen varieert de bekendheid tussen 29% en 34%.

Figuur 7: ‘In hoeverre ben je bekend met Veilig Thuis Groningen?’ Naar leeftijd, 2025

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

leeftijdsgroep Ik ken deze organisatie niet Ik heb weleens van deze organisatie gehoord Ik ken deze organisatie en weet wat deze organisatie kan doen voor iemand die te maken krijgt met geweld
18-29 jaar (n=377) 24% 47% 29%
30-39 jaar (n=361) 10% 51% 39%
40-54 jaar (n=770) 16% 51% 33%
55-64 jaar (746) 21% 45% 34%
65-74 jaar (n=965) 26% 42% 32%
75 jaar of ouder (n=447) 36% 45% 19%

Centrum Seksueel Geweld

Van alle respondenten weet 14% wat het Centrum Seksueel Geweld is en wat zij kan doen voor iemand die te maken krijgt met geweld. Als we de bekendheid van het Centrum Seksueel Geweld uitsplitsen naar geslacht, zien we dat vrouwen vaker aangeven deze organisatie te kennen en te weten wat zij kunnen doen: 17% van de vrouwen geeft dit aan, tegenover 11% van de mannen.

Wanneer we naar de gebiedsdelen kijken, zijn de verschillen klein. Het aandeel inwoners dat de organisatie kent en weet wat zij kan doen varieert van 11% in Haren tot 17% in Centrum.

Figuur 8 laat de resultaten zien naar leeftijd. Inwoners van 75 jaar of ouder kennen het Centrum Seksueel Geweld het minst goed. Hiervan weet 11% wat de organisatie kan doen. Ook inwoners van 40-54 jaar en 55-64 jaar scoren relatief laag, met beide 12%. De groep 30-39 jaar is het meest bekend: 20% weet wat de organisatie kan doen.

Figuur 8: ‘In hoeverre ben je bekend met Centrum Seksueel Geweld?’ Naar leeftijd

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

leeftijdsgroep Ik ken deze organisatie niet Ik heb weleens van deze organisatie gehoord Ik ken deze organisatie en weet wat deze organisatie kan doen voor iemand die te maken krijgt met geweld
18-29 jaar (n=377) 44% 41% 15%
30-39 jaar (n=361) 41% 40% 20%
40-54 jaar (n=770) 49% 38% 12%
55-64 jaar (746) 48% 40% 12%
65-74 jaar (n=965) 43% 42% 15%
75 jaar of ouder (n=447) 49% 41% 11%

Vrouwenopvang

De Vrouwenopvang is bij 30% van de respondenten bekend. Als we de bekendheid van de organisatie uitsplitsen naar geslacht, zien we dat vrouwen vaker aangeven deze organisatie te kennen en te weten wat zij kunnen doen: 38% van de vrouwen geeft dit aan, tegenover 22% van de mannen.

Wanneer we naar de bekendheid van de Vrouwenopvang in de gebiedsdelen kijken, is het verschil tussen de minste en meeste bekendheid 11 procentpunt. In Ten Boer zijn de minste inwoners bekend met de Vrouwenopvang met 24%. Het gaat hier echter om relatief weinig respondenten (n=90), wat de resultaten kan vertekenen. In Centrum (33%) en Oude Wijken (35%) is de bekendheid het grootst.

Figuur 9 laat de resultaten voor de bekendheid van de Vrouwenopvang zien naar leeftijd. De jongste leeftijdsgroep (18-29 jaar) kent de Vrouwenopvang het minst goed: 18% weet wat de organisatie kan doen. De bekendheid neemt toe bij oudere groepen. Bij 55-64 jaar is dit 33%, en bij 65-74 jaar 36%. Bij de oudste groep, 75 jaar en ouder, neemt de bekendheid echter weer wat af (27%).

Figuur 9: ‘In hoeverre ben je bekend met de Vrouwenopvang?’ Naar leeftijd

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

leeftijdsgroep Ik ken deze organisatie niet Ik heb weleens van deze organisatie gehoord Ik ken deze organisatie en weet wat deze organisatie kan doen voor iemand die te maken krijgt met geweld
18-29 jaar (n=377) 40% 43% 18%
30-39 jaar (n=361) 18% 57% 25%
40-54 jaar (n=770) 17% 56% 27%
55-64 jaar (746) 16% 51% 33%
65-74 jaar (n=965) 17% 47% 36%
75 jaar of ouder (n=447) 23% 50% 28%

WIJ Groningen

Van alle respondenten is 42% bekend met WIJ Groningen en weet zij wat deze organisatie kan doen voor iemand die te maken krijgt met geweld. Wanner we de bekendheid van WIJ Groningen uitsplitsen naar geslacht, zien we dat vrouwen vaker deze organisatie kennen; 49% van de vrouwen geeft dit aan, tegenover 35% van de mannen.

De bekendheid van WIJ Groningen en welke ondersteuning zij kan bieden bij geweld verschilt naar gebiedsdeel. Het laagste aandeel inwoners dat weet wat de organisatie kan doen zien we in Haren (35%) en Centrum (38%), terwijl de rest tussen 41% en 46% ligt. Hierbij is de bekendheid in Oude Wijken het hoogst.

Figuur 10 laat de resultaten zien naar leeftijd. Jongere inwoners kennen WIJ Groningen minder goed. In de groep 18-29 jaar weet 23% wat de organisatie kan doen. De bekendheid neemt toe bij oudere groepen; tot 48% onder 65-74-jarigen. Van de oudste leeftijdscategorie, 75 jaar en ouder, weet 42% wat WIJ Groningen kan doen voor iemand die te maken krijgt met geweld.

Figuur 10: ‘In hoeverre ben je bekend met WIJ Groningen?’ Naar leeftijd

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

leeftijdsgroep Ik ken deze organisatie niet Ik heb weleens van deze organisatie gehoord Ik ken deze organisatie en weet wat deze organisatie kan doen voor iemand die te maken krijgt met geweld
18-29 jaar (n=377) 38% 39% 23%
30-39 jaar (n=361) 11% 56% 33%
40-54 jaar (n=770) 7% 51% 42%
55-64 jaar (746) 9% 45% 46%
65-74 jaar (n=965) 13% 39% 48%
75 jaar of ouder (n=447) 20% 38% 42%

Filomena

Filomena is bekend bij 3% van alle respondenten. Wanneer we de bekendheid van Filomena Groningen uitsplitsen naar geslacht, blijkt dat vrouwen vaker aangeven deze organisatie te kennen en te weten wat zij kan doen: 4% van de vrouwen geeft dit aan, tegenover 2% van de mannen.

De bekendheid met Filomena is het hoogst onder respondenten die wonen in gebiedsdeel Haren (5%) of Centrum (6%).

In figuur 11 worden de resultaten uitgesplitst naar leeftijd. Omdat Filomena bij weinig respondenten bekend is, zijn er geen grote verschillen zichtbaar naar leeftijdscategorie.

Figuur 11: ‘In hoeverre ben je bekend met Filomena?’ Naar leeftijd

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

leeftijdsgroep Ik ken deze organisatie niet Ik heb weleens van deze organisatie gehoord Ik ken deze organisatie en weet wat deze organisatie kan doen voor iemand die te maken krijgt met geweld
18-29 jaar (n=377) 89% 8% 3%
30-39 jaar (n=361) 86% 10% 4%
40-54 jaar (n=770) 87% 10% 3%
55-64 jaar (746) 89% 9% 2%
65-74 jaar (n=965) 90% 7% 3%
75 jaar of ouder (n=447) 92% 6% 2%

3.3 Femicide

Een nieuwe vraag die dit jaar gesteld is, gaat over femicide. Femicide betreft het opzettelijk doden van een vrouw omdat ze een vrouw is. We hebben aan de respondenten gevraagd of ze weten wat femicide is. Hieruit blijkt dat 94% heeft gehoord van femicide en weet wat femicide betekent. 5% heeft ervan gehoord maar weet niet precies wat het betekent. De overige 1% heeft nog nooit van femicide gehoord.

Wanneer we dit uitsplitsen naar geslacht, is te zien dat 96% van de vrouwen weet wat femicide is tegenover 93% van de mannen. Tussen de leeftijdsgroepen is er relatief weinig verschil; het percentage dat weet wat het betekent varieert van 90% (leeftijdscategorie 18-29 jaar) tot 96% (leeftijdscategorie 65-74 jaar).

3.4 Herkennen huiselijk geweld

Huiselijk geweld is niet altijd goed te herkennen, omdat het vaak achter gesloten deuren plaatsvindt en signalen subtiel kunnen zijn. Huiselijk geweld is geweld dat wordt gepleegd door iemand uit de huiselijke kring van het slachtoffer. We hebben aan de respondent gevraagd om aan de hand van een rapportcijfer aan te geven in hoeverre ze zich in staat voelen om huiselijk geweld te herkennen. Gemiddeld geven respondenten zich een 6,4. Dit is een kleine afname ten opzichte van het onderzoek in 2023, toen gaven respondenten zichzelf een 6,5 als het gaat om het herkennen van huiselijk geweld.

In 2025 geven 18–29 jarigen een iets hoger cijfer dan in 2023 (6,4 versus 6,1). Bij de oudere leeftijdsgroepen tot 75 en ouder is het cijfer juist iets lager dan in 2023. Respondenten van 75 jaar en ouder geven het hoogste cijfer en stijgen van 6,5 naar 6,7.

Er zitten geen (grote) verschillen tussen de geslachten. Wat betreft gebiedsdelen zijn de verschillen klein: het laagste gemiddelde wordt gegeven in Haren (6,2) en het hoogste in Centrum (6,6).

Tabel 1: ‘Op een schaal van 1 (helemaal niet) tot en met 10 (volledig), In hoeverre voelt u zich in staat om de verschillende vormen van huiselijk geweld te herkennen?’ Naar leeftijd

Leeftijd Cijfer
2023
Cijfer
2025
n 2023 n 2025
18-29 jaar 6,1 6,4 249 368
30-39 jaar 6,3 6,2 365 350
40-54 jaar 6,5 6,3 846 758
55-64 jaar 6,5 6,4 786 729
65-74 jaar 6,6 6,4 1081 943
75 jaar en ouder 6,5 6,7 373 431

3.5 Actie ondernemen

Verantwoordelijk aanpak huiselijk geweld

Wanneer er huiselijk geweld speelt, is het voor betrokkenen en omstanders vaak lastig om in te schatten wie de eerste stap moet zetten om in te grijpen. In de vragenlijst hebben we de respondenten een aantal stellingen voorgelegd over wie volgens hen de aangewezen personen zijn om in actie te komen bij huiselijk geweld. De resultaten hiervan worden weergegeven in figuur 12.1 tot en met 12.3.

Uit deze figuren blijkt dat een groot deel van de respondenten (69%) vindt dat vooral instanties in actie moeten komen wanneer er sprake is van huiselijk geweld. Dit is iets minder dan in 2023 (74%). Twee derde van de respondenten vindt dat er ook voor familie en vrienden een rol is weggelegd; zij vinden dat familie en vrienden de aangewezen personen zijn om een gezin waar huiselijk geweld speelt te helpen. Verder blijkt dat slechts 2% vindt dat huiselijk geweld een privéaangelegenheid is waar omstanders zich niet mee moeten bemoeien.

Figuur 12.1: Als er sprake is van huiselijk geweld, zijn het vooral de instanties die in actie moeten komen (n=3.736).

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

jaar helemaal mee oneens mee oneens mee eens helemaal mee eens
2025 2% 29% 54% 15%
2023 2% 24% 56% 18%

Figuur 12.2: Familie en vrienden zijn de aangewezen personen om een gezin waar huiselijk geweld speelt te helpen (n=3.649).

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

jaar helemaal mee oneens mee oneens mee eens helemaal mee eens
2025 3% 30% 58% 9%
2023 3% 32% 53% 12%

Figuur 12.3: Huiselijk geweld is een privéaangelegenheid, daar moeten omstanders zich niet mee bemoeien (n=3.886).

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

jaar helemaal mee oneens mee oneens mee eens helemaal mee eens
2025 64% 34% 2% 0%
2023 63% 34% 2% 1%

Actie ondernemen

Figuren 13.1 tot en met 13.3 laten zien in hoeverre inwoners het gevoel hebben iets te moeten doen in verschillende situaties waarbij geweld een rol speelt, vergeleken tussen 2023 en 2025. Bij een vermoeden van huiselijk geweld of kindermishandeling in hun omgeving geeft in 2025 99% aan het gevoel te hebben iets te moeten doen. Dit is vrijwel gelijk aan 2023 (97%). Bij seksueel geweld in de openbare ruimte zien we ook weinig verschil: in 2025 zegt 95% (helemaal) eens, tegenover 93% in 2023. Wat betreft vrouwonvriendelijk gedrag geeft 94% aan het gevoel te hebben iets te moeten doen. In 2024 was dit 92%. Belangrijk om hierbij op te merken dat de vragen gaan over het gevoel hebben om iets te doen, wat niet hetzelfde is als daadwerkelijk actie.

Figuur 13.1: Als ik een vermoeden heb van huiselijk geweld of kindermishandeling in mijn omgeving, heb ik het gevoel dat ik iets moet doen (n=3.790).

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

jaar helemaal mee oneens mee oneens mee eens helemaal mee eens
2025 0% 1% 55% 44%
2023 1% 2% 56% 41%

Figuur 13.2: Als ik seksueel geweld in de openbare ruimte, op straat, in de horeca en/of het nachtleven zie, heb ik het gevoel dat ik iets moet doen (n=3.672).

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

jaar helemaal mee oneens mee oneens mee eens helemaal mee eens
2025 1% 4% 54% 41%
2023 1% 6% 55% 38%

Figuur 13.3: Als ik binnen mijn omgeving vrouwonvriendelijk gedrag signaleer, heb ik het gevoel dat ik iets moet doen (n=3.699).

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

jaar helemaal mee oneens mee oneens mee eens helemaal mee eens
2025 1% 5% 60% 34%
2023 1% 7% 62% 30%

In de vorm van een open vraag is aan de respondenten gevraagd of ze hun antwoord willen toelichten. In de open antwoorden geven respondenten aan dat het situatie afhankelijk is en dat ‘het gevoel hebben’ om iets te doen, niet gelijk staat aan daadwerkelijk iets doen:

De stelling gaat niet over gedrag maar over een gevoel. Vooral veiligheid zou mij kunnen tegenhouden iets te zeggen of te doen.

Het gevoel hebben dat je iets zou moeten doen wil nog niet zeggen dat je dan ook echt iets onderneemt of weet wat je moet doen.

Daarnaast geven respondenten aan dat ze wel het gevoel hebben iets te moeten doen, maar dat ze dit niet altijd durven. Voornamelijk vrouwen lijken dit antwoord te geven:

Als ik seksueel geweld in het openbaar zou zien, zou ik zelf bang zijn om aangevallen te worden. Ik zou het moeilijk vinden om in te grijpen.

Ik vind dat ik iets moet doen, maar ik weet niet of ik het durf/goed weet wat verstandig is.

Bij de tweede over seksueel geweld in de openbare ruimte vind ik het moeilijk. Ik ben daar ook bang dat als ik zou ingrijpen dat ik dan mijzelf in een gevaarlijke situatie breng. Ik zou het fijn vinden als mannen zich meer aangesproken zouden voelen hier iets te doen en hun eigen vrienden op zulk gedrag aan te spreken.

3.6 Overwegingen om actie te ondernemen naar situatie

Gevoel om actie te ondernemen

Daarnaast hebben we de respondenten enkele hypothetische situaties voorgelegd met betrekking tot geweld. We vroegen in hoeverre zij het gevoel hebben een actie te ondernemen bij deze situaties. Men kon hierbij kiezen tussen een grote, een kleine of geen actie. Een grote actie hebben we hierbij gedefinieerd als het ingrijpen door een melding te maken of professionele hulp in te schakelen. Een kleine actie is gedefinieerd door extra goed op te letten of door in gesprek te gaan met de betrokkene. De resultaten hiervan worden weergegeven in figuren 14.1 tot en met 14.4. Over het algemeen is te zien dat in 2025 meer respondenten het gevoel hebben actie te moeten ondernemen dan in 2023.

Bij vermoedens van stalking, waarbij iemands nicht wordt achtervolgd door haar ex-partner, geeft in 2025 56% aan een grote actie te willen ondernemen, tegenover 46% in 2023. Het aandeel dat een kleine actie wil ondernemen is gedaald van 50% naar 42%. Het percentage respondenten dat niet het gevoel heeft actie te moeten ondernemen, is van 4% in 2023 afgenomen tot 2% in 2025.

Figuur 14.1: Je nicht heeft een jaar geleden de relatie met haar vriend beëindigd. Iedere keer als je haar spreekt, geeft ze aan dat ze regelmatig door hem achtervolgd wordt (n=3.782).

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Jaartal Ik heb niet het gevoel dat het aan mij is om actie te ondernemen. Ik heb het gevoel dat ik een kleine actie moet ondernemen (extra goed opletten, gesprek aangaan met de betrokkene) Ik heb het gevoel dat ik een grote actie moet ondernemen door in te grijpen (een melding maken of professionele hulp inschakelen)
2025 2% 42% 56%
2023 4% 50% 46%

Bij de situatie waarin een collega winkelt met de pinpas van diens moeder, zien we weinig verschil: in 2025 geeft 48% aan een kleine actie te willen ondernemen en 35% een grote actie, vergelijkbaar met 2023 (48% en 32%).

Figuur 14.2: Je collega gaat er regelmatig op uit om te winkelen met de pinpas van haar dementerende moeder (n=3.526).

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Jaartal Ik heb niet het gevoel dat het aan mij is om actie te ondernemen. Ik heb het gevoel dat ik een kleine actie moet ondernemen (extra goed opletten, gesprek aangaan met de betrokkene) Ik heb het gevoel dat ik een grote actie moet ondernemen door in te grijpen (een melding maken of professionele hulp inschakelen)
2025 17% 48% 35%
2023 20% 48% 32%

Als respondenten buren regelmatig tegen elkaar horen schreeuwen, geeft in 2025 64% aan een kleine actie te willen ondernemen, iets hoger dan in 2023 (62%). Het aandeel dat een grote actie wil ondernemen blijft relatief laag (15% in 2025, 11% in 2023).

Figuur 14.3: Je hoort je buren regelmatig tegen elkaar schreeuwen (n=3.617).

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Jaartal Ik heb niet het gevoel dat het aan mij is om actie te ondernemen. Ik heb het gevoel dat ik een kleine actie moet ondernemen (extra goed opletten, gesprek aangaan met de betrokkene) Ik heb het gevoel dat ik een grote actie moet ondernemen door in te grijpen (een melding maken of professionele hulp inschakelen)
2025 21% 64% 15%
2023 27% 62% 11%

Bij de situatie waarin een buurvrouw altijd een sjaal draagt en vermoed wordt dat zij blauwe plekken wil verbergen, geeft in 2025 87% aan een kleine actie te willen ondernemen, zoals extra opletten of een gesprek aangaan. Dit is gelijk aan 2023. Het aandeel dat een grote actie wil ondernemen is iets hoger in 2025 (6%) dan in 2023 (4%).

Figuur 14.4: Je buurvrouw draagt altijd een sjaal en zonnebril, ook als de zon niet schijnt. Je vermoedt dat zij hiermee haar blauwe plekken wil verbergen (n=3.644).

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Jaartal Ik heb niet het gevoel dat het aan mij is om actie te ondernemen. Ik heb het gevoel dat ik een kleine actie moet ondernemen (extra goed opletten, gesprek aangaan met de betrokkene) Ik heb het gevoel dat ik een grote actie moet ondernemen door in te grijpen (een melding maken of professionele hulp inschakelen)
2025 7% 87% 6%
2023 9% 87% 4%

Drempel om te handelen

Bij geweld of ongewenst gedrag is de stap om te handelen niet altijd eenvoudig; de drempel om iets te doen kan hoog zijn. In figuren 15.1 tot en met 15.3 worden de resultaten weergegeven van een aantal stellingen met betrekking tot de drempel om te handelen in verschillende situaties. In 2025 zien we dat de meeste inwoners nog steeds een drempel ervaren, maar de verdeling is iets veranderd ten opzichte van 2023.

De grootste drempel wordt gevoeld bij seksueel geweld in de openbare ruimte: 28% ervaart een grote drempel en 48% een kleine drempel. Dit is lager dan in 2023, toen 39% aangaf een grote drempel om te handelen te ervaren. Bij huiselijk geweld of kindermishandeling in de omgeving ervaart 17% een grote drempel en 55% een kleine drempel. Voor vrouwonvriendelijk gedrag in de omgeving is de drempel het kleinst: 9% geeft een grote drempel aan en 52% een kleine drempel. Dit is behoorlijk veranderd ten opzichte van 2023, toen 24% een grote drempel ervaarde. In 2025 ervaart 39% geen drempel om te handelen bij vrouwonvriendelijk gedrag, ten opzichte van 24% in 2023.

Figuur 15.1: Vrouwonvriendelijk gedrag binnen je omgeving (n=3.706)

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Jaar Grote drempel om te handelen Kleine drempel om te handelen Geen drempel om te handelen
2025 9% 52% 39%
2023 24% 52% 24%

Figuur 15.2: Huiselijk geweld of kindermishandeling in je omgeving (n=3.714)

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Jaar Grote drempel om te handelen Kleine drempel om te handelen Geen drempel om te handelen
2025 17% 55% 28%
2023 15% 54% 31%

Figuur 15.3: Seksueel geweld in de openbare ruimte, op straat, horeca en/of nachtleven (n=3.714)

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Jaar Grote drempel om te handelen Kleine drempel om te handelen Geen drempel om te handelen
2025 28% 48% 24%
2023 39% 42% 19%

Respondenten konden in een open vraag hun antwoord op de vragen toelichten. Hierbij werd, verge-lijkbaar met de antwoorden op de vorige open vraag, aangegeven dat ‘het gevoel hebben’ actie te ondernemen niet gelijk is aan daadwerkelijk ook actie ondernemen. Ook geven respondenten aan dat de context van de verschillende situaties beïnvloedt of ze een drempel ervaren met actie ondernemen:

Ik vind het moeilijk om hier in het algemeen op te antwoorden, het hangt heel erg van de situatie af. Dit geldt ook voor andere vragen.

Met huiselijk geweld ben ik bang voor mijn eigen veiligheid. En wat als ik het fout heb? Soms worden mensen benadeeld, ook als ik het fout had. Met seksueel geweld ben ik ook bang voor mijn eigen veiligheid. Binnen mijn eigen omgeving ben ik niet bang voor mijn eigen veiligheid. Dan onderneem ik actie.

Hangt heel erg af van de situatie, en of ik bijvoorbeeld in een groep (of met mijn mannelijke partner) ben of alleen. Als vrouw durf ik in een groep setting echt wel iemand aan te spreken, maar als ik alleen ben, ben ik bang dat ik zelf ook (fysiek) aangevallen wordt.

3.7 Welke acties ondernemen

Tot slot vroegen we aan de respondenten welke concrete acties zij zouden ondernemen als ze een vermoeden hebben van huiselijk geweld (figuur 17 en 18) en van kindermishandeling (figuur 19 en 20).

Wat betreft huiselijk geweld en/of geweld tegen mannen/vrouwen in de omgeving zouden de meeste respondenten hun vermoedens bespreken met hun omgeving. In 2025 zegt 72% dit te doen, tegenover 57% in 2023. Ook advies vragen of melding maken bij een organisatie zoals Veilig Thuis komt vaak voor: 56% in 2025 en 47% in 2023.

De helft van de respondenten kiest voor het bespreken met bekenden van de betrokkenen. Dit percentage is gestegen van 38% in 2023 naar 50% in 2025. Het direct bespreken met de betrokkenen zelf neemt ook toe: van 34% in 2023 naar 45% in 2025. Slechts een klein deel zou niets doen. Dat blijft ongeveer gelijk: 6% in 2023 en 5% in 2025.

Respondenten hadden de mogelijkheid om hun antwoorden toe te lichten in een open vraag. Net als bij de vorige open vragen wordt aangegeven dat het van de situatie afhankelijk is of en hoe de respondent actie onderneemt. Een aantal respondenten geeft aan de vermoedens niet gauw met de betrokkenen te bespreken:

Ik zou het lastig vinden om dit soort dingen te bespreken. In eerste instantie zou ik het niet met de personen bespreken, maar met vrienden of bekenden van de personen.

Ik zou het niet met de vermoedelijke dader bespreken, maar wellicht wel met het slachtoffer. Al zou ik eerst advies inwinnen bij instanties en anderen.

Daarnaast geven respondenten aan dat met vermoedens van kindermishandeling voorzichtig omgegaan moet worden:

Als het om kinderen gaat moet je uitkijken met familie zelf en het overlaten aan instanties. Bij vermoeden van direct gevaar 112 bellen.

Kindermishandeling vind ik te erg om er met de/een ouder of verzorger over te praten. Daarvoor schakel ik professionals in.

Figuur 16: ‘Welke actie(s) zou je ondernemen als je een vermoeden hebt van huiselijk geweld en/of geweld tegen vrouwen/mannen in je omgeving? Meerdere antwoorden mogelijk.’ (n 2025 = 3.844)

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Kolom1 2025 2023
Bespreken met mijn omgeving 72% 57%
Ik zou advies vragen/melding maken bij Veilig Thuis,
Wij Groningen of een andere organisatie
56% 47%
Bespreken met bekenden van de betrokkenen 50% 38%
Ik zou het geweld/de zorgen bespreken met de
betrokkenen
45% 34%
Ik zou niets doen. Ik heb alleen een vermoeden,
er is geen bewijs
5% 6%

In figuur 17 worden de resultaten op de vraag uitgesplitst naar leeftijd. Uit deze resultaten blijkt dat alle leeftijden hun vermoeden vooral bespreken met hun omgeving, maar jongere groepen doen dit het meest. Bij 18-29 jaar is dat 80%, en bij 30-39 jaar 83%. Bij 75 jaar en ouder is dit lager: 56%.

Advies vragen of een melding maken bij een organisatie komt ook vaak voor, vooral bij 65-74 jaar (58%) en 55-64 jaar (56%). Bespreken met bekenden van de betrokkenen gebeurt vooral bij jongere groepen: 53% bij 18-29 jaar en 57% bij 30-39 jaar. Bij 75 jaar en ouder is dit 43%. Het direct bespreken met de betrokkenen zelf ligt rond 47-50% bij de meeste groepen, maar is lager bij 65-74 jaar (36%). Niet handelen komt weinig voor, tussen 4% en 7% in alle groepen.

Figuur 17: ‘Welke actie(s) zou je ondernemen als je een vermoeden hebt van huiselijk geweld en/of geweld tegen vrouwen/mannen in je omgeving? Meerdere antwoorden mogelijk’ Naar leeftijd.

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

leeftijdsgroep Bespreken met omgeving Advies vragen of melding maken Bespreken met bekenden Bespreken met betrokkenen Niet doen
18-29 jaar 80% 45% 53% 47% 4%
30-39 jaar 83% 55% 50% 57% 7%
40-54 jaar 75% 55% 52% 53% 5%
55-64 jaar 71% 56% 50% 47% 4%
65-74 jaar 65% 58% 48% 36% 5%
75 jaar of ouder 56% 55% 43% 22% 7%

Kindermishandeling

Wat betreft het in actie komen bij een vermoeden van kindermishandeling, zou het grootste deel van de respondenten (74%) om advies vragen of een melding doen bij een organisatie zoals Veilig Thuis, Wij Groningen of een andere organisatie. In 2023 was dit nog 62%. Ook kiest twee derde voor het bespreken met iemand in de eigen omgeving, in 2023 was dit 54%. Bijna de helft van de respondenten (47%) zou het bespreken met bekenden van de betrokkenen. In 2024 was dit 37%. Het direct bespreken met de personen om wie het gaat wordt net als in 2023 het minst gekozen: 22% in 2023 en 28% in 2025. Niet handelen komt bijna niet voor: 4% in 2023 en 3% in 2025.

Figuur 18: ‘Welke actie(s) zou je ondernemen als je een vermoeden hebt van kindermishandeling in je omgeving? Meerdere antwoorden mogelijk.’ (n 2025 = 3.821)

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Kolom 1 2025 2023
Ik zou advies vragen/melding maken bij Veilig Thuis,
Wij Groningen of een andere (formele) organisatie.
74% 62%
Ik zou het geweld/de zorgen bespreken met iemand
in mijn omgeving (bijvoorbeeld vrienden,
familie of collega
66% 54%
Ik zou het geweld/de zorgen bespreken met
bekenden van de personen om wie het gaat.
47% 37%
Ik zou het geweld/de zorgen bespreken met de
personen om wie het gaat.
28% 22%
Ik zou niets doen. Ik heb alleen een vermoeden,
er is geen bewijs.
3% 4%

In figuur 19 worden de resultaten op de vraag uitgesplitst naar leeftijd. Alle leeftijden zouden bij een vermoeden van kindermishandeling vaak om advies vragen of een melding doen bij een organisatie. Dit ligt tussen 66% en 74%, met de hoogste waarde bij 55-64 jaar. Bespreken met de eigen omgeving komt ook veel voor, vooral bij 30-39 jaar (79%) en 18-29 jaar (75%). Bij 75 jaar en ouder is dit lager: 50%. Bespreken van een vermoeden van kindermishandeling met bekenden van de betrokkenen wordt door 42% van de 75-plussers gekozen. Bij de andere leeftijdscategorieën ligt dit percentage tussen 45% en 47%. Het direct bespreken met de betrokkenen zelf wordt het minst gekozen en daalt naarmate men ouder wordt: van 36% bij 30-39 jaar naar 17% bij 75+. Niets doen blijft laag in alle groepen (2% tot 5%).

Figuur 19: ‘Welke actie(s) zou je ondernemen als je een vermoeden hebt van kindermishandeling in je omgeving? Meerdere antwoorden mogelijk’

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

leeftijdsgroep Advies vragen of melden Bespreken met omgeving Bespreken met bekenden Bespreken met betrokkenen Niets doen
18-29 jaar 69% 75% 47% 31% 3%
30-39 jaar 73% 79% 47% 36% 3%
40-54 jaar 73% 70% 45% 33% 3%
55-64 jaar 74% 66% 46% 26% 3%
65-74 jaar 73% 56% 46% 26% 2%
75 jaar of ouder 66% 50% 42% 17% 5%